Mussert. Reis naar het kwaad - Auke Kok
Intrigerende biografie over NSB-leider die aan ambitie en eerzucht ten onder ging
Bijna iedereen kent de naam Anton Mussert (1894-1946): een NSB'er en landverrader die met zijn tante was getrouwd. Het beeld van hem is dat van een opgeblazen burgermannetje. Maar wie was hij werkelijk? Auke Kok schetst in 'Mussert. Reis naar het kwaad' een veelzijdig portret van een brutale, ijdele en volhardende nationaalsocialist die zich verrijkt, er minnaressen op nahoudt en uiteindelijk aan ambitie en eerzucht ten onder gaat.
Aan de reeks biografieën over Anton Mussert is tachtig jaar na zijn dood dus nog een nieuwe toegevoegd, maar wél met een andere insteek. Niet de politiek maar 'de mens' staat centraal. In zijn inleiding schrijft Kok: 'Een reportage van zijn leven: dat was mijn plan. Niet moraliseren, althans zo weinig mogelijk, en vooral proberen de gebeurtenissen voor zichzelf te laten spreken. Veel buitenlucht, want daar hielden de fascisten van, en het merkwaardige leven van Anton Mussert aan de lezer voorbij laten trekken. Met als voornaamste drijfveer nieuwsgierigheid: wat zei hij, wat deed hij? En dan niet waarom, maar vooral: hóé? Zo wilde ik verslag doen van de man, van zijn omgeving en zijn tijd, als een reporter die bereid was zijn onderwerp serieus te nemen.' Hierdoor krijg je een boeiend kijkje in de relaties van Mussert met zijn vrouw, zijn familie en zijn vertrouwelingen.
Het verhaal begint met de reis die Mussert in 1935 naar Indië maakte in de hoop daar aanhangers te vinden. Hij werd buitengewoon enthousiast ontvangen. De ledengroei van de Indische NSB nam snel toe. Volgens Kok was dit de reis van zijn leven en werd die een aanjager voor zijn politieke radicalisering. Daarna beschrijft hij Musserts jeugd in Werkendam. Hij was het vierde kind van het gezin van een hoofdonderwijzer van de openbare school. In het gezin werd gezag als het centrale element in het leven beschouwd. Deze getrouwheid aan gezag, gesymboliseerd door het huis van Oranje, werd in huize Mussert gekoppeld aan andere traditioneel-Hollandse deugden als spaarzaamheid, ijver en fatsoen. Enigszins apart was het gezin ook wel: doordat de woning van de hoofdonderwijzer aan de school grensde, zorgde moeder Mussert voor de koffie van het personeel. Behalve als er onenigheid was, dan werd vader ostentatief overgeslagen. De jonge Anton adoreerde zijn vader, maar zal hem veel gemist hebben, want de lijst van liefdadigheidscomités, besturen en verenigingen waar hij voorzitter van was, is eindeloos.
Na de lagere school behaalde Mussert zijn diploma aan de Rijks-HBS in Gorinchem. Tot zijn frustratie werd hij afgekeurd voor de marine. De redenen hiervoor zijn niet duidelijk, wellicht zijn lengte, of een oogafwijking. Hij besloot weg- en waterbouwkunde te gaan studeren aan de Technische Hogeschool in Delft. In die tijd overleed zijn vader, waardoor Mussert in een diepe depressie belandde. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd hij, ondanks een eerder afwijzing, opgeroepen voor het vervullen van zijn dienstplicht, maar ook nu werd hij, door een ernstige nierziekte, afgekeurd. Zijn moeder had haar halfzus, die verpleegkundige was, ingeschakeld om de zieke Anton te verzorgen, maar daar kreeg ze snel spijt van. Anton en de achttien jaar oudere Rie werden verliefd en traden, ondanks alle bezwaren binnen de familie, in 1917 in het huwelijk. Hij pakte zijn studie weer op en slaagde in 1918 cum laude voor het examen civiel ingenieur.
Anton Mussert was op de middelbare school al erg op zichzelf. Tijdens zijn studie werd dat niet beter. Hij had nauwelijks een sociaal leven en was geen lid van een studentenvereniging. Hij viel overal buiten. In die tijd kwam hij onder invloed van Jan Hendrik Valckenier Kips, 'een markante ultrarechtse hoogleraar die al jaren controverses opriep met artikelen en redevoeringen waarin hij pleit voor verregaande staatsmacht ten koste van de belangen van het individu.'
Na een baan bij Rijkswaterstaat kwam hij in 1920 bij Provinciale Staten Utrecht terecht, waar hij ingenieur en later hoofdingenieur werd. Hij was succesvol in zijn werk en had vooruitstrevende ideeën binnen zijn vakgebied, maar hij had weinig geduld bij het verwezenlijken ervan. Hij passeerde en schoffeerde mensen die boven hem stonden. Hoewel hij veel voor elkaar wist te krijgen, was hij door zijn eigengereidheid weinig geliefd. Een voorbeeld van zijn eigenzinnigheid: toen hij in 1929 met Rie een nieuw huis in Utrecht zou betrekken, had hij voortvarend al briefpapier laten drukken met zijn nieuwe adres: Nassaulaan 4. Hij kwam er tot zijn verbazing achter dat dit niet klopte: de voordeur van het eerste huis zat op de hoek van de Koningslaan, waardoor de nummering pas bij het tweede pand begon. Hij woonde dus op nummer 3. Daar nam hij geen genoegen mee. Hij regelde dat nummer drie overgeslagen werd in de telling en zijn briefpapier was gered.
Toen Mussert in 1925 hoorde van een overeenkomst tussen Nederland en België die erop neerkwam dat de haven van Antwerpen via een kanaal werd verbonden met de Rijn en zo met het Duitse achterland, werd hij furieus. Hij zag dit als een grote klap voor Rotterdam en kon niet aanvaarden dat het vaderland de eigen belangen zo slecht behartigde. Hij richtte een 'Nationaal Comité' op om verzet tegen het verdrag te organiseren. Hoewel het verdrag in de Tweede Kamer was aangenomen, werd het door de Eerste Kamer alsnog verworpen. De toenmalig minister van Buitenlandse Zaken trad af. Mussert werd lid van de Nationale Unie van professor Gerretson, een ultrarechtse groepering. Zijn radicalisering was een feit.
Je zou op dit punt kunnen zeggen: de rest is geschiedenis. We denken die te kennen. Kok is er uitstekend in geslaagd de vele facetten van deze persoon te tonen: zijn antisemitisme, zijn opportunisme, zijn ijdelheid, zijn zelfoverschatting, zijn gebrekkige mensenkennis, zijn rancune, zijn schaamteloze zelfverrijking, zijn ongebreidelde promiscuïteit, zijn familieband. Kok heeft het laten zien. Er is niets karikaturaals aan Mussert.
Het verhaal eindigt op 7 mei 1946 op de Waalsdorpervlakte. Kok heeft een fascinerend boek geschreven, dat het lezen zeker waard is. Maar wees wel beducht voor de afkeer die je voor deze 'hoofdpersoon' ontwikkelt en de parallellen met ons tijdsgewricht.
Auke Kok (Haarlem, 1956) is historicus, schrijver van non-fictie en journalist. Hij werkte voor Haagse Post, Quote, HP/De Tijd en was redactiechef bij het NOS Radio 1 journaal. Oorlog, geschiedenis en sport zijn de terugkerende thema's in zijn werk.
Veel van zijn boeken werden bestsellers, ze werden genomineerd en wonnen prijzen, zoals Johan Cruijff. De biografie (2019), 1936. Wij gingen naar Berlijn (2016), Holleeder. De jonge jaren (2011), 1974. Wij waren de besten (2004) en De verrader. Leven en dood van Anton van der Waals (1995).
'Mussert. Reis naar het kwaad' is verschenen op 21 april 2026 bij Hollands Diep, Amsterdam. Het boek heeft 479 bladzijden en kost 35 euro. Ook als e-boek verkrijgbaar. Portret van de auteur is gemaakt door Jan Reinier van der Vliet.
Alle boekrecensies zijn terug te vinden op: www.vlaardingenleest.nl
Waardering: